Het nachtgezicht

Het nachtgezicht laat los,
de spiegel ziet niemand in het bijzonder
meer. Wind blaast in je mond op mond beademing en de tram van 7.07 uur is laat.
Hoe bestaat het dat jij van toen
nu hier zo ver?

Jouw hand ligt nog op zijn buik en de man
met zijn handschoenen van glad bruin leer heeft weer
zijn vrouw vermoord.
‘Damn your eyes’.
De dag verdraagt geen lied.

Lippen bewegen, klanken verzamelen zich in flarden
spreekverbod staat er op een bordje bij de deur.
Cadans in de waan van alle
dag,dag, dag.
Het jongetje huilt.

De moeder veegt zijn neus af aan haar mouw en het dove echtpaar gebaart te luid hun taal.
Ondertussen braak je mensengeuren uit en spant het touw zich om je middel.
Met veel bombarie komt hij op.
Zijn snor gekamd, zijn hemd potdicht,
de touwtjes weer in handen.
Nog net op tijd ben jij
er ook.